Sunday, December 27, 2009

Uitdaging voor Amsterdam

In S&RO 6/2009 een interview met Wouter Vanstiphout, nieuwe hoogleraar Ontwerp en Politiek aan de TU Delft. Hij "wil de politiek de stad weer laten ontdekken als inspiratiebron en het ontwerp meer streetcredibility geven", en is aan het ontdekken of "een planning mogelijk is die echt democratisch is". Meer "politiek vanuit het leven zelf", minder generieke statistische normen: "de stad heeft problemen, die moet je oplossen, in plaats van zeggen: dit is een probleemwijk want ze voldoet niet aan de norm".

Het wordt pikant als hij verder gaat door te zeggen dat in Rotterdam "de uitverkoop al heeft plaatsgevonden" en de publieke planning geen mogelijkheden meer heeft. Over Amsterdam is Vanstiphout al helemaal prikkelend: "In Amsterdam onstaan zo langzamerhand twee steden. In de ene stad gaat DRO los op ambitieuze projecten [...] terwijl aan de andere kant van de Ring een stad ontstaat die volledig is overgelaten aan welzijnsinstellingen en corporaties. Die tweedeling, dat is pas een politieke kwestie die zich ruimtelijk manifesteert, maar er wordt geen enkel publiek debat over gevoerd."
Daarna krijgt Zef Hemel nog een veeg uit de pan, wat oud zeer doet vermoeden, maar ik vind het een buitengewoon prikkelende stelling die hij hier neerlegt, en herkenbaar bovendien. Iets om de lokale sociaaldemocraten verder over te laten denken, misschien een debatje Hemel vs. Vanstiphout over de nieuwe Structuurvisie?
wordt vervolgd

Monday, December 21, 2009

Nieuwe stations niet langer 1.000 reizigers nodig

In deze brief van 4 december bepleiten Eurlings en Huizinga voor het opheffen van de minimum-eis van 1000 nieuwe in- en uitstappers als voorwaarde voor rijkssubsidie bij het openen van een nieuw station (naar aanleiding van deze evaluatie door ProRail, met daarin de jaarlijkse in- en uitstappers op 21 nieuwe stations uit de periode 2003-2008.)
Verstandig: stations liggen in zulke diverse omgevingen en met zulke verschillen in beschikbare spoorcapaciteit en treindiensten dat één rigide criterium zinloos is.

Algemeen uitgangspunt wordt dat een stationsproject subsidiabel is,
wanneer tussen vervoerder en initiatiefnemer overeenstemming is over
het bedienen van het nieuwe station en, met medeneming van de
subsidie, alle projectkosten zijn gedekt.


De concessieverleners voor de decentrale lijnen kunnen nu makkelijker uitmaken of ze al dan niet een station openen; ze zelf de exploitatie voor lief nemen en het in hun eigen concessie zetten. Een bediening door de regionale vervoerder is daarmee gegarandeerd. Op het hoofdrailnet is de situatie andersom en maakt de vervoerder (NS) de dienst uit; geen bedieningsgarantie afgegeven door de vervoerder (NS), dan ook geen subsidie van de concessieverlener (Rijk).

Eigenlijk wel apart, gezien de discussies rond de evaluatie spoorwegwetgeving. Er kan ik elk geval niet gesproken worden van een actieve rol van het Rijk in deze; NS besluit, Rijk schuift.

Napels als voorbeeld?

Interessant artikel in dit nieuwe boek van Carey Curtis, waarin ook Luca Bertolini en Paul Chorus een artikel hebben.
Cascetta & Pagliara beschrijven het project 'Metrocampania', in Campanië, Italië, de streek waar Napels ligt. Een integrale visie op het OV-netwerk in de regio, waarin niet alleen naar infrastructuur is gekeken, maar ook naar alle andere aspecten: dienstregeling, uitstraling, integrale kaartjes etc.
Tegelijkertijd wordt dit netwerk gezien als input voor gewenste ontwikkeling: het moet zogezegd de ruggengraat worden van de regio.

Het klinkt misschien raar, maar zou Napels en Metrocampania een voorbeeld kunnen zijn voor de Zuidvleugel en het Zuidvleugelnet?



Het meest controversiële aspect is wat mij betreft de nadruk op het gebruik van kunst en opvallende architectuur om de stations en het systeem aantrekkelijk te maken. Het zou interessant zijn om een studie te zien die probeert de effecten hiervan hard te maken om te kijken of het de extra investeringen waard is. Nederlands equivalent hiervan zijn de 'hoogwaardige haltes' van de Zuidtangent: prachtig, maar zeer kostbaar om te onderhouden (wat inmiddels ook niet meer gebeurt) en moeilijk hard te maken in hoeverre ze hebben bijgedragen aan het succes van de Zuidtangent.

Followers